Inhoudsopgave hoofdstuk 1
6.1 Hoeveel procent is er werkloos?
6.2 Hoe wordt werkloosheid gemeten?
6.3 Conjuncturele werkloosheid
6.4 Natuurlijke werkloosheid
6.5 Verschuivingen in werkgelegenheid
6.6 Hoge lonen
6.7 Arbeidsmarktbeleid
6.8 Transfer
6.9 Zelftest
Werkloosheidspercentage en het aantal werklozen
aantal werklozen
werkloosheidpercentage = ----------------------- × 100
beroepsbevolking
Het aantal mensen dat in een bepaald jaar werkloos is kan als volgt berekend worden:
gemiddeld aantal werklozen in dat jaar × 12
----------------------------------------------------------------
gemiddelde duur van de werkloosheid in maanden
Als de gemiddelde duur van de werkloosheid laag is, is er sprake van een goede doorstroming op de arbeidsmarkt. Mensen worden wel werkloos maar vinden snel weer een baan.
Definitie van werkloos
Volgens het CBS is iemand werkloos als hij/zij aan de volgende voorwaarden voldoet:
- leeftijd van 15 tot en met 64 jaar
- minder dan 12 uur werkt
- actief op zoek is naar een betaalde baan voor 12 uur of meer
- direct beschikbaar is
Wil je in aanmerking komen voor een werkloosheidsuitkering (WW) dan moet je ingeschreven staan bij het UWV werkbedrijf. De hoogte en duur van de uitkering is afhankelijk van je arbeidsverleden.
Onvrijwillige werkloosheid
Iemand die niet bereid is tegen het evenwichtsloon te werken is vrijwillig werkloos. Is iemand wel bereid om tegen het evenwichtsloon te werken maar toch werkloos dan is hij onvrijwillig werkloos. Bij onvrijwillige werkloosheid kan er sprake zijn van conjuncturele werkloosheid of natuurlijke werkloosheid.
Conjuncturele werkloosheid
Conjuncturele werkloosheid vindt zijn oorsprong in vraaguitval en wordt veroorzaakt doordat op korte termijn de lonen niet flexibel zijn: er is sprake van loonstarheid.
Natuurlijke werkloosheid
Natuurlijke werkloosheid is werkloosheid die niet het gevolg is van de op- en neergang van de economie. Afhankelijk van de oorzaak wordt er onderscheid gemaakt tussen:
frictiewerkloosheid: is werkloosheid gedurende het zoekproces naar een baan.
structurele werkloosheid: is het gevolg van structurele veranderingen in de economie (verplaatsen van bedrijven naar lage lonenlanden, vervanging van arbeid door kapitaal, regionale verschillen) of door te hoge lonen (minimumloon).
Het saldo van baancreatie en baandestructie is de verandering in de werkgelegenheid.
Arbeidsmarktbeleid
De hoogte van de structurele werkloosheid kan door de overheid beïnvloed worden middels:
- de hoogte van het minimumloon;
- het scheppen van banen bij de overheid;
- het geven van subsidies aan bedrijven om laag geschoolden in dienst te nemen;
- scholing van mensen met een lage arbeidsproductiviteit.
Links
Werkloos ...en dan (videofilmpje van SchoolTV: 7 minuten)
Leerdoelen hoofdstuk 6
• Uitleggen hoe soepel ontslagrecht doorwerkt op de kansen om ontslagen te worden en de kansen om aangenomen te worden.
• Uitleggen waarom de hoogte van de werkloosheid op een bepaald moment niets zegt over de duur van de werkloosheid en het totale aantal mensen dat in een periode werkloos is geweest.
• Uitleggen dat in situaties van laagconjunctuur door loonstarheid op korte termijn onvrijwillige werkloosheid ontstaat en op lange termijn, door werking van het marktmechanisme, het evenwicht hersteld kan worden en dit grafisch en rekenkundig onderbouwen.
• De volgende soorten werkloosheid beschrijven: natuurlijke werkloosheid, frictiewerkloosheid, structuurwerkloosheid, conjunctuurwerkloosheid.
• Uitleggen waarom hoge looneisen tot werkloosheid kunnen leiden.
• Beschrijven dat de overheid kan ingrijpen met behulp van prijsregulering zoals bijvoorbeeld minimumlonen en dit ingrijpen grafisch onderbouwen.
• Uitleggen hoe loonmatiging tot oplopende werkloosheid kan leiden.
• De bezettingsgraad berekenen.
Kernbegrippen hoofdstuk 6
Werkloosheidspercentage - werkloosheid - uwv werkbedrijf - arbeidsverleden - vraaguitval - conjuncturele werkloosheid (conjunctuurwerkloosheid) - ruime arbeidsmarkt - laagconjunctuur - hoogconjunctuur - krappe arbeidsmarkt - bezettingsgraad - productiecapaciteit - recessie - loonstarheid - onvrijwillige werkloosheid - loonflexibiliteit - natuurlijke werkloosheid - frictiewerkloosheid - structurele werkloosheid (structuurwerkloosheid) - creatie van werkgelegenheid (baancreatie) - destructie van werkgelegenheid (baandestructie) - arbeidsmobiliteit - evenwichtsloon - minimumloon - welvaartswinst - welvaartsverlies - arbeidsmarktbeleid - stabilisator.