Inhoudsopgave hoofdstuk 3
3.1 Aanbod van arbeid
3.2 Vraag naar arbeid
3.3 De arbeidsmarkt
3.4 Transfer
3.5 Zelftest
Het aanbod op de arbeidsmarkt
Aanbod van arbeid (= beroepsbevolking) is afhankelijk van:
- de hoogte van het loon
- de bevolkingsomvang (participatiegraad, immigratie..)
- de wetgeving (leerplichtleeftijd, pensioenleeftijd)
- maatschappelijke opvattingen (ook vrouwen moeten een eigen inkomen verwerven)
- gezondheidszorg
- etc.
De vraag op de arbeidsmarkt
Vraag naar arbeid wordt uitgeoefend door werkgevers (en zelfstandigen): zij vragen arbeidskracht.
De vraag naar arbeid is afhankelijk van:
- de hoogte van het loon
- de hoogte van de productie
Schommelingen in de productie als gevolg van veranderingen in de bestedingen aan goederen en diensten noemen we conjunctuurschommelingen.
Een krappe of ruime arbeidsmarkt
Vraag naar arbeid en aanbod van arbeid bepalen de prijs van arbeid: het loon.
Als de vraag naar arbeid groter is dan het aanbod van arbeid is er sprake van een krappe arbeidsmarkt (veel vacatures, weinig werkloosheid).
Als het aanbod van arbeid groter is dan de vraag naar arbeid is er sprake van een ruime arbeidsmarkt (veel werklozen, weinig vacatures).
Aanbod van arbeid = werklozen + werknemers + zelfstandigen.
Vraag naar arbeid = werknemers + zelfstandigen + vacatures.
Leerdoelen hoofdstuk 3
• Noemen uit welke delen de vraag naar arbeid is samengesteld.
• Noemen uit welke delen het aanbod van arbeid is samengesteld.
• De Nederlandse arbeidsmarkt beschrijven.
• De oorzaken van veranderingen in de omvang en samenstelling van de beroepsbevolking noemen en deze toelichten.
• De invloed van de conjunctuurschommelingen op de arbeidsmarkt beschrijven.
Korte inhoud hoofdstuk 3
Arbeidsmarkt - aanbod van arbeid - bevolkingsgroei - vraag naar arbeid - vacature - conjunctuurschommelingen - trendmatige groei - trend - hoogconjunctuur - laagconjunctuur - werkgelegenheid - ruime arbeidsmarkt - krappe arbeidsmarkt.