Havo 2010
Hoofdstuk 7 Ruilen tussen generaties

Inhoudsopgave hoofdstuk 7
7.1 Generaties
7.2 Overdrachten tussen generaties
7.3 Veranderingen in omvang en samenstelling van de bevolking
7.4 Zelftest

Intertemporele ruil
Van intertemporele ruil of ruilen over de tijd is ook sprake als we kijken naar de opbrengsten of kosten van generaties. Kinderen en jonge mensen zijn voordat ze gaan werken netto ontvangers van overdrachten. Werkende mensen zijn netto betalers van overdrachten (via belastingen en premies) en 65-plussers zijn weer netto  ontvangers van overdrachten. Aan het einde van de levensloop is de ontvangen hulp ongeveer gelijk aan de verstrekte hulp.
Er is hierbij sprake van solidariteit tussen generaties en dit is in wetten vastgelegd. We spreken in dat verband van de verzorgingsstaat. De verzorgingsstaat is een samenleving waarin de overheid zorgt voor de sociale zekerheid.
Naast overdrachten van inkomen vinden er ook overdrachten van vermogen plaats. Ouderen hebben vaak een bepaald vermogen opgebouwd dat bij overlijden overgaat naar een jongere generatie. Datzelfde zien wij bij de stand van de wetenschap. Iedere nieuwe generatie kan weer voortbouwen op de kennis die in het verleden is vergaard.
Duurzaamheid
Maar niet alleen positieve dingen worden doorgegeven aan toekomstige generaties. De nieuwe generatie wordt ook opgezadeld met milieuproblemen zoals ontbossing, erosie, het uitsterven van planten- en diersoorten en de mogelijke klimaatverandering en uitputting van grondstoffen. Vandaar dan ook de oproep tot duurzame productie. Duurzame productie is productie waarbij de welvaartskansen van toekomstige generaties niet wordt geschaad.
De vergrijzing
De overdrachten die de mensen van de overheid gedurende hun leven ontvangen zijn ongeveer gelijk aan de totale overdrachten aan de overheid. Dat is geen probleem zolang er geen sterke schommelingen ontstaan in het geboortecijfer, het sterftecijfer of de levensverwachting. Is dat wel het geval - zoals de babyboom in de jaren na de 2e wereldoorlog - dan kan dat wel problemen opleveren. Nu de babybomers op pensioen gaan, zijn de betaalde AOW-premies onvoldoende om iedereen een AOW-uitkering te garanderen. Voor een deel worden de AOW-uitkeringen betaald met belastinggelden, die natuurlijk ook weer opgebracht moeten worden door de werkende generatie.

Leerdoelen hoofdstuk 7
• de overdrachten tussen generaties verklaren en ze grafisch en rekenkundig interpreteren.
• het profijtbeginsel uitleggen en toepassen.
• de invloed van veranderingen in de omvang en samenstelling van de bevolking op de financiering van de oudedagsvoorziening uitleggen.
• voordelen en nadelen noemen van oplossingen voor de toenemende kosten van vergrijzing en dit toelichten.
Kernbegrippen hoofdstuk 7
Geruild in natura - ruilen over de tijd - intertemporele ruil - verzorgingsstaat - overdrachten - netto ontvanger - netto betaler - duurzame productie - profijtbeginsel.

Opdrachten
index>Havo 2010>Jong en Oud>hfdst 7
<Colofon> <Mail ons> <Disclaimer> <Zoeken> <Sitemap>
Inleidinghfdst 1hfdst 2hfdst 3hfdst 4hfdst 5hfdst 6hfdst 7