Havo 2010
Hoofdstuk 6 Senioren

Inhoudsopgave hoofdstuk 6
6.1 Stoppen met werken
6.2 Waarvan leven 65-plussers?
6.2.1 AOW
6.2.2 Bedrijfspensioen
6.2.3 Sparen voor de oude dag
6.4 Zelftest

Levensloopregeling
De levensloopregeling kun je zien als een soort spaarpot. Tijdens je werkzame leven stort je maandelijks een bepaald bedrag in die spaarpot. In overleg met de werkgever kun je deze spaarpot aanspreken om tijdelijk verlof op te nemen of vervroegd met pensioen te gaan.
AOW
De AOW is een uitkering voor alle mensen woonachtig in Nederland vanaf hun 65e levensjaar. Iedereen die vanaf zijn 15e tot zijn 65e in woonachtig was in Nederland krijgt een volledige AOW-uitkering. Voor ieder jaar dat je in die periode niet in Nederland woonachtig was wordt de uitkering met 2% verminderd. De AOW bedraagt 50% van het bruto minimum loon. Een alleenstaande krijgt 70% van het bruto minimum loon. De AOW wordt gefinancierd volgens het omslagstelsel. Dat betekent dat het aantal AOW’ers × uitkering = inkomensverdieners × premie.
Bedrijfspensioen
Een bedrijfspensioen geeft een aanvulling op de AOW-uitkering. Iemand die 40 jaar pensioenpremie heeft betaald, krijgt een zodanige aanvulling op de AOW, dat het totale inkomen 70% van het laatstverdiende loon of 80% van het gemiddeld verdiende loon bedraagt. De pensioenfondsen (ABP, Zwitserleven Gevoel) beheren de betaalde premies en betalen de uitkeringen. De premiegelden (= maandelijkse afdracht van de werknemers) worden belegd in aandelen, obligaties en onroerend goed (kapitaaldekkingsstelsel). Daarbij moeten ze letten op de risico’s. Het beleggen in aandelen heeft meer risico’s dan het beleggen in obligaties. Ook dit is weer een voorbeeld van ruilen over de tijd!
Aandelen
Aandelen zijn eigendomsbewijzen in een onderneming. De aandelen worden verhandeld op de effectenbeurs. Een aandeel kan stijgen of dalen in waarde afhankelijk van de winstverwachtingen van de onderneming en de ontwikkeling van de rente. Winstuitkeringen en koersveranderingen bepalen het rendement van een aandeel. Het rendement op een aandeel kan berekend worden door de opbrengst in een bepaalde periode uit te drukken in een percentage van het ingelegde bedrag (koopsom van het aandeel). Het risico bij aandelen bestaat hierin dat het rendement (de opbrengst) onzeker is en dat bij faillissement de hele waarde van het aandeel of een groot deel daarvan teniet gaat.
Obligaties
Obligaties zijn schuldbekentenissen van bedrijven en/of overheid met een vaste rente en een vaste looptijd. De belegger krijgt elk jaar een vaste rente en op het einde van de looptijd krijgt zij het ingelegde geld terug. Een obligatie biedt meer zekerheid dan een aandeel maar het rendement op een obligatie is veelal lager. Ook de koers van een obligatie kan fluctueren. Als de rente daalt hebben bestaande obligaties daar geen last van (is immers een vast rentepercentage) maar nieuwe obligaties wel. Dat betekent dat bestaande obligaties aantrekkelijker worden en de beurskoers van die obligaties zal stijgen.
Waardevast en welvaartsvast
Als de pensioenen elk jaar evenveel stijgen als de inflatiepercentage dan is de uitkering waardevast. Als de pensioenen elk jaar stijgen met de gemiddelde stijging van de cao-lonen spreken we van een welvaartsvast pensioen.


Leerdoelen hoofdstuk 6
Leerlingen kunnen
• het verschil uitleggen tussen omslagstelsel en kapitaaldekkingsstelsel.
• uitleggen dat er bij bedrijfspensioenen wordt geruild over de tijd.
• drie inkomstenbronnen van ouderen noemen.
• het verschil tussen AOW en pensioen uitleggen.
• het verschil uitleggen tussen de begrippen waardevast en welvaartsvast.
• een aantal beleggingsvormen noemen.
• verschillende beleggingsvormen tegen elkaar afwegen.

Kernbegrippen hoofdstuk 6
Pensioenfonds - levensloopregeling - uitgesteld loon - wettelijk minimumloon - bestaansminimum / sociaal minimum - aandeel - effectenbeurs - dividend - rendement - obligaties - waardevast - welvaartsvast - beurskoers.

Links
Markt voor Vrede (aandelenspel) 

Opdrachten
index>Havo 2010>Jong en Oud>hfdst 6
<Colofon> <Mail ons> <Disclaimer> <Zoeken> <Sitemap>
Inleidinghfdst 1hfdst 2hfdst 3hfdst 4hfdst 5hfdst 6hfdst 7