Inhoudsopgave hoofdstuk 5
5.1 Speelkwartier
5.2 Koophuis of huurhuis?
5.3 Taakverdeling
5.4 De koopkracht van het huishoudinkomen
5.5 Transfer
5.6 Zelftest
Consumentenprijsindex
Bij het berekenen van de koopkracht moet er rekening gehouden worden met de prijsontwikkeling van de diverse producten en het belang of het gewicht van die producten in de totale uitgaven. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houdt zich hiermee bezig. Aan de hand van een budgetonderzoek bepaalt het CBS de wegingsfactoren van elke artikelgroep en elk artikel binnen die artikelgroep. De wegingsfactoren geven aan welk deel van de totale uitgaven aan een bepaalde artikelgroep wordt uitgegeven. Jaarlijks verandert het bestedingspatroon en worden de gewichten door het CBS bijgesteld. Door vervolgens na te gaan hoe de prijzen van de diverse producten zich ontwikkelen kan vervolgens een samengesteld gewogen prijsindexcijfer, de consumentenprijsindex berekend worden. Elk prijsindexcijfer wordt vermenigvuldigd met zijn wegingsfactoren en bij elkaar opgeteld en tenslotte gedeeld door de som van de gewichten.
In formulevorm:
∑ (Pi × Gi)
CPI = -------------
∑ Gi
Oi = prijsindexcijfer van elk product
Gi = wegingsfactor van elk product
∑ = somteken
Nominale en reële rente
Inflatie leidt tot een daling van het reële inkomen. De koopkracht van het geld daalt: er is sprake van geldontwaarding. Door inflatie neemt de koopkracht van het spaargeld af en is de reële rentevergoeding lager dan de nominale rentevergoeding. De nominale rente (vergoeding) is de rentepercentage dat de bank vergoedt. De reële rente is de nominale rente gecorrigeerd voor inflatie. De reële rente kan berekend worden met indexcijfers:
indexcijfer nominale rente
Indexcijfer reële rente = --------------------------------- × 100
prijsindexcijfer
Leerdoelen hoofdstuk 5
Leerlingen kunnen:
• woonlasten afwegen bij koop of huur.
• stroomgrootheden en voorraadgrootheden onderscheiden.
• de consumentenprijsindex berekenen.
• het verschil tussen reële en nominale grootheden uitleggen.
• met indexcijfers een reële verandering berekenen bij gegeven nominale verandering en inflatiepercentage
Kernbegrippen hoofdstuk 5
hypothecaire lening - onroerende goederen - consumentenprijsindex (CPI) - centraal bureau voor de statistiek (CBS) - budgetonderzoek - wegingsfactoren - samengesteld gewogen prijsindexcijfer - geldontwaarding - nominale rente - reële rente - reële waarde