Havo 2010
Hoofdstuk 2 De jeugd

Inhoudsopgave hoofdstuk 2 
2.1 Het prille begin
2.2 Kinderjaren
2.3 De eerste eigen middelen
2.4 De koopkracht
2.5 De verdeling van de middelen
2.6 De herverdeling
2.7 Consumeren en sparen
2.8 Studeren
2.9 Transfer
2.10 Zelftest

Kinderen kosten geld
De overheid komt de ouders hierin tegemoet door het geven van kinderbijslag. Zodra jongeren de leeftijd van 16 bereiken zoeken ze heel vaak een bijbaantje en hebben ze hun eerste eigen middelen.

Bijverdienste
Ben je 16 of 17 en thuiswonend dan mag je maximaal € 4.784 per jaar bijverdienen (in 2010). Verdien je meer dan € 4.784 dan wordt er gekort op de kinderbijslag.

Koopkracht
Wat je kunt kopen van het geld van je bijverdiensten is afhankelijk van de prijzen van de producten die je hiermee wilt kopen. Als jou inkomen stijgt kun je meer kopen. Als de prijzen stijgen kun je minder kopen. Met andere woorden de koopkracht van je inkomen (= reëel inkomen) is afhankelijk van de hoogte van het inkomen en de inflatie (prijsstijging). Om te weten of de koopkracht in een bepaald jaar gestegen is moet je werken met indexcijfers.
                                             indexcijfer van het (nominaal) inkomen 
Indexcijfer reële inkomen =  -------------------------------------------------- × 100
                                                                prijsindexcijfer 

Inkomensverdeling
Niet iedereen heeft eenzelfde inkomen, sommige mensen hebben een laag inkomen en anderen een hoog inkomen. Een inkomensverdeling laat zien welk deel (percentage) van het totale inkomen een bepaald percentage van de mensen heeft. In een grafiek getekend, levert dit een lorenzcurve op. Een lorenzcurve geeft de mate van ongelijkheid van de inkomensverdeling over personen weer. Hoe dikker de buik van de lorenzcurve hoe ongelijker (schever) de inkomensverdeling. Als de inkomensverdeling gelijker wordt spreken we van nivelleren en wordt de inkomensverdeling ongelijker dan is er sprake van denivelleren. Op grond van de lorenzcurve kun je echter geen uitspraak doen over rechtvaardig of onrechtvaardig.

Ruilen over de tijd
Sparen is het niet consumeren van inkomen of het uitstellen van consumptie. Over het spaargeld krijg je rente. In feite verplaats je consumptie naar de toekomst. Je ruilt over de tijd. Lenen is wat dat betreft het omgekeerde van sparen. Consumeren wordt dan naar voor gehaald. Het koopmoment ligt voor het moment dat je inkomen ontvangt. Ook hierbij is sprake van ruilen over de tijd. Bij lenen krijg je geen rente maar moet je rente betalen.

Studeren
Ook studeren heeft alles te maken met ruilen over de tijd. Een studie kost geld en tijd. Het is een investering die later vruchten (geld/inkomen) op moet leveren. Het alternatief van geen hogere studie is meteen gaan werken. Dan kun je meteen oogsten, zei het dat die oogst tot je pensioen veel lager zal zijn in vergelijking met iemand die wel een hogere studie heeft gevolgd.

Hints:
Armoede in een rijk land: videofilm van Teleac (15 minuten)

Leerdoelen hoofdstuk 2
Leerlingen kunnen:
• gegevens over de inkomensverdeling bewerken en een lorenzcurve tekenen.
• een lorenzcurve interpreteren.
• het schever en minder scheef worden van de inkomensverdeling beargumenteren aan de hand van lorenzcurven en dit rekenkundig onderbouwen.
• verklaren waarom lorenzcurven van landen kunnen verschillen.
• de effecten van maatregelen op de inkomensverdeling analyseren en uitleggen of deze een nivellerende, denivellerende of een neutrale werking hebben.
• verklaren dat rente de prijs is voor het uitstellen van consumptie.
• uitleggen dat sparen en lenen voorbeelden zijn van ruilen over de tijd.
• de prijs van sparen en lenen verklaren.
• koopkrachtveranderingen berekenen van budget en vermogen.
• de invloed van inflatie op sparen en lenen toelichten.

Kernbegrippen hoofdstuk 2
Inkomensafhankelijk - loonheffing - brutoloon - algemene heffingskorting - arbeidskorting - nominaal - reële - indexcijfer - indexcijfer koopkracht - Lorenzcurve - cumuleren - nivellering - denivellering - absolute verschillen - relatieve verschillen - solidariteit - consumeren - sparen - ruilen over de tijd - rente.

Opdrachten
index>Havo 2010>Jong en Oud>hfdst 2
<Colofon> <Mail ons> <Disclaimer> <Zoeken> <Sitemap>
Inleidinghfdst 1hfdst 2hfdst 3hfdst 4hfdst 5hfdst 6hfdst 7