4-5 havo
Begrippenlijst hoofdstuk 1

Arbeidsproductiviteit: de productie per persoon per tijdseenheid.
Concurrentiepositie: het vermogen om beter en/of goedkoper te kunnen produceren dan de concurrenten. In de regel wordt hieronder verstaan het kosten- en prijspeil van een land of een bedrijf in verhouding tot dat van andere (concurrerende) landen of bedrijven. Het kosten- en prijspeil hangt weer van talloze factoren af zoals de arbeidskosten, de infrastructuur, de collectieve lastendruk, de arbeidsrust et cetera.
Douane-unie: vorm van economische integratie waarbij de onderlinge handelsbelemmeringen zijn afgeschaft (vrij verkeer van goederen) en waarbij een gemeenschappelijk tarief voor de niet aangesloten landen wordt gehanteerd (het buitentarief).
Economische en monetaire unie: een economische unie uitgebreid met een monetaire unie inhoudende een gemeenschappelijke munt, een gemeenschappelijke centrale bank en een centraal (gecoördineerd) monetair beleid. 
Economische integratie: het streven naar onderlinge vrijhandel en geen handelsbelemmeringen tussen de landen: ook wel economische samenwerking genoemd.  
Economische unie: naast de kenmerken van een gemeenschappelijke markt zijn er ook nog een op elkaar afgestemde sociaal-economische politiek, gemeenschappelijke instellingen en supranationale besluitvorming (op onderdelen). 
Gemeenschappelijke markt: markt zonder invoerbelemmeringen en met vrij verkeer voor goederen en productiefactoren (arbeid en kapitaal).
Loonkosten per eenheid product: de loonkosten van de arbeiders (per week, maand, jaar) gedeeld door het aantal producten die de arbeiders maken (in een week, maand, jaar). 
Non-tarifaire handelsbelemmeringen: invoerbeperkingen die niet van invloed zijn op de prijs van het product zoals invoertarieven, maar op een andere wijze de internationale belemmeren zoals uitvoerige douaneformaliteiten, technische voorschriften, quota, etcetera.
Protectie: bescherming van de eigen economie tegen invoer bijvoorbeeld door het heffen van hoge invoertarieven of het hanteren van non-tarifaire invoerbeperkingen. 
Protectionisme: maatregelen die bedoeld is om de eigen handel en industrie te beschermen tegen concurrentie uit het buitenland.
Schaalvoordelen: voordelen van het grootbedrijf of van productie op grote schaal waarbij gedacht kan worden aan betere onderlinge afstemming van de bedrijfsonderdelen, sterkere positie op in- en verkoopmarkt et cetera.
Tarifaire handelsbelemmeringen: invoerbeperkingen door het opleggen van invoertarieven.
Vrijhandel:  situatie waarbij aan de uitvoer en de invoer geen belemmeringen zijn opgelegd. 
Vrijhandelszone: een aantal landen dat onderling vrij verkeer van goederen kent doordat de onderlinge handelsbelemmeringen zijn opgeheven. Ten aanzien van niet aangesloten landen voert elk deelnemend land een eigen handelsbeleid. 
Welvaart: de mate waarin mensen in staat zijn te voorzien in de behoeften voor zover daarvoor schaarse middelen nodig zijn.

 

hfdst 1

Begrippenlijst
index>4-5 havo>Buitenland 1>hfdst 1>Begrippenlijst
<Colofon> <Mail ons> <Disclaimer> <Zoeken> <Sitemap>
hfdst 1hfdst 2hfdst 3hfdst 4hfdst 5hfdst 6