4-5 havo
Hoofdstuk 5 Arbeidsmarkt in de EU

Inleiding op hoofdstuk 5
De invoering van de euro heeft gevolgen voor internationale handel en productie en dus ook voor werkgelegenheid. Voor de invoering van de EMU konden de afzonderlijke landen een eigen werkgelegenheidsbeleid voeren met behulp van diverse instrumenten als de rente, overheidsbestedingen en wisselkoers. Zo was het verlagen van de rente een middel om de bestedingen te stimuleren en daarmee de productie en de werkgelegenheid. Ook het vergroten van de overheidsbestedingen stimuleerde de productie en de werkgelegenheid. Zo nodig kon ook de wisselkoers een steentje bijdragen aan het vergroten van de werkgelegenheid. Een lagere wisselkoers vergroot immers de concurrentiepositie van een land en heeft een positief effect op de export, de productie en de werkgelegenheid.
Deze drie belangrijke instrumenten zijn met het ontstaan van de EMU voor de afzonderlijke lidstaten niet meer bruikbaar. Omdat het financieringstekort van een land niet groter mag zijn dan 3% van het nationaal inkomen zijn de nationale overheden beperkt in het vergroten van de overheidsbestedingen. De hoogte van de rente wordt niet meer op nationaal niveau bepaald, maar wordt door de ECB gereguleerd. En omdat alle lidstaten eenzelfde munt hebben is het wisselkoersinstrument verdwenen.
Om de(concurrentie-)positie van een land ten opzichte van andere landen van de EMU te versterken resteren alleen nog instrumenten als lagere loonkosten, verhogen van de arbeidsproductiviteit en verlagen van de belastingen.

Links bij hoofdstuk 5
Afname groei van de werkgelegenheid in Nederland
Wankele arbeidsmarkt in Europa

 

Begrippenlijst
index>4-5 havo>Buitenland 1>hfdst 5
<Colofon> <Mail ons> <Disclaimer> <Zoeken> <Sitemap>
hfdst 1hfdst 2hfdst 3hfdst 4hfdst 5hfdst 6