In deze lesbrief wordt o.a. aandacht besteed aan:
- hoe inkomen gevormd wordt (hoofdstuk 1)
- nominaal en reëel inkomen (hoofdstuk 2)
- het nationaal inkomen (hoofdstuk 3)
- hoe inkomen verdeeld wordt (hoofdstuk 4)
Inkomen verwerf je door arbeidskracht, kennis, of bezit in te zetten in het productieproces. In ruil daarvoor krijgen mensen een beloning in de vorm van loon, huur en pacht, rente of winst. Dit zijn de soorten primair inkomen die een beloning zijn voor het aanbieden van de productiefactoren arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap.
Het inkomen uitgedrukt in geld (= nominaal inkomen) kan onderhevig zijn aan geldontwaarding als gevolg van inflatie. Daarover gaat hoofdstuk 2. Inflatie betekent dat het algemeen prijsniveau stijgt en dus ook de kosten van levensonderhoud. Dat is de reden dat elk jaar onderhandeld wordt over de lonen en dat er looneisen door de werknemersorganisaties worden gesteld. De werknemers willen minstens hun koopkracht handhaven (ze willen evenveel goederen kunnen kopen voor hun inkomen). Anders gezegd: ze willen dat hun reële inkomen minstens gelijk blijft. Inflatie meet je aan de hand van de Consumentenprijsindex (CPI).
In hoofdstuk 3 wordt inkomen macro-economisch bekeken. Alle inkomens van de bedrijven en de overheid bij elkaar opgeteld vormen het nationaal inkomen. Een toename van het nationaal inkomen wordt gezien als een toename van de welvaart. Ook al leidt die toename tot grotere afvalbergen, verzuring van de grond, luchtvervuiling etc. Een betere graadmeter voor de welvaart is daarom duurzame economische ontwikkeling.
In dit hoofdstuk wordt ook aandacht besteed aan het feit dat het nationaal inkomen van jaar tot jaar kan stijgen en dalen: dat noemen we de conjunctuurbeweging van de economie.
De hoogte van de beloning is afhankelijk van diverse factoren. In de praktijk betekent dit dat er groot verschil kan bestaan in de hoogte van de inkomens van de mensen. In hoofdstuk 4 worden de verschillen in inkomens grafisch weergegeven met een Lorenzkromme. Met zo’n kromme is het mogelijk om de inkomensverdelingen van landen met elkaar te vergelijken.