4-5 havo
Begrippenlijst Arbeidsmarkt hoofdstuk 5

Aanzuigeffect

Het verschijnsel dat in economisch voorspoedige tijden (economische groei met stijgende werkgelegenheid) personen die zich eerst niet aanbieden op de arbeidsmarkt (de niet-beroepsbevolking) een baan gaan nemen of zich laten inschrijven bij een CWI. Het aanbod van arbeid neemt toe. 

Arbeidsbemiddeling

Het bij elkaar brengen van vraag (van werkgevers) en aanbod (van werknemers) op de arbeidsmarkt. Dat kan op verschillende manieren. Mensen kunnen zich bij de CWI's laten inschrijven en werkgevers kunnen er vacatures melden. Ook uitzendbureaus bemiddelen, maar meestal voor kortere tijd.                      

Arbeidsbureau

De vroegere benaming voor Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). 

Arbeidsmarktbeleid

Het geheel van maatregelen (beleid) van de overheid gericht op het bereiken van een evenwichtige ontwikkeling van de arbeidsmarkt in kwantitatief (d.w.z. evenwicht in de hoeveelheid gevraagde en aangeboden arbeid) en kwalitatief (d.w.z. dat die functies wat betreft opleiding die gevraagd worden ook aangeboden worden) opzicht.

Arbeidsmobiliteit

De mate waarin het aanbod van arbeid zich aanpast aan veranderingen in de vraag naar arbeid. De arbeidsmobiliteit heeft verschillende facetten:
- geografische mobiliteit: de bereidheid om voor een baan te reizen of te verhuizen;
- mobiliteit tussen beroepsgroepen: de bereidheid tot om-, her- en bijscholing;
- mobiliteit tussen werken en niet-werken: de mate waarin werklozen weer werk vinden en werkenden arbeid verliezen of inleveren.

Arbeidstijd

Het aantal beroepsmatige werkuren per dag/per week/per jaar et cetera. Daarbij worden onderscheiden:
- voltijd (fulltime): men werkt de volle normale arbeidstijd (b.v. 38 of 36 uur)
- deeltijd (parttime): men werkt een deel van de volle normale arbeidstijd
- flexibele arbeidstijd: men werkt als er werk is waarbij het aantal uren per periode kan wisselen
Soms wordt in plaats van over arbeidstijd gesproken over arbeidsduur

Bedrijfstijd

Het aantal uren dat een onderneming of installatie in normale omstandigheden per week functioneert.                                                         

Bezettingsgraad

De mate waarin de productiecapaciteit van een land of van een onderneming wordt benut. Of: De verhouding tussen de werkelijke productie en de productiecapaciteit uitgedrukt in procenten.

Conjunctuurwerkloosheid

Werkloosheid die een gevolg is van het tekort schieten van de bestedingen ten opzichte van de productiecapaciteit (onderbesteding) waardoor het beschikbare arbeidspotentieel niet volledig kan worden benut.

Deelmarkt

De arbeidsmarkt is onderverdeeld in deelmarkten. Bijvoorbeeld de deelmarkt voor metselaars, voor loodgieters, voor leraren economie, etc.

Deeltijdbetrekking

Een dienstbetrekking kleiner dan een volledige werkweek, maar wel een vast aantal uren per week. Andere benaming voor parttimebaan.

Deeltijdwerker

Iemand met een dienstbetrekking kleiner dan een volledige werkweek, maar wel een vast aantal uren per week. Ook wel parttimer genoemd.

Dienstverband voor bepaalde tijd

Dit is een arbeidscontract met een bepaalde duur, bijvoorbeeld één jaar.  

Effectieve vraag

Het beslag dat via de bestedingen op de binnenlandse productiecapaciteit wordt gelegd: bestedingen van gezinnen (C), van bedrijven (I), van de overheid (O) en van het buitenland (uitvoer minus invoer = E - M). De effectieve vraag is gelijk aan: C + I + O + E - M. 

Flexibele arbeidsduur

Bij werknemers met een flexibele arbeidsduur ligt het aantal uren per week dat gewerkt wordt niet vast. Een voorbeeld is een nulurencontract: als de werkgever werk heeft wordt de arbeidskracht opgeroepen anders niet.

Flexibilisering

Flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft zowel betrekking op het aantal uren dat er wekelijks gewerkt wordt (meestal niet meer dan 38 uur), als op de tijdstippen dat er gewerkt wordt (niet meer van 8 uur 's morgens tot 5 uur 's middags), als het werk dat gedaan wordt, etc..

Frictiewerkloosheid

Werkloosheid die een gevolg is van het feit dat er tussen het ontstaan van een vacature en het vervullen ervan tijd verloren gaat omdat een werkzoekende tijd nodig heeft om de baan te vinden en een werkgever tijd nodig heeft om een persoon te vinden. Dit komt onder andere voor bij schoolverlaters.

Geregistreerde werkloosheid

De bij een arbeidsbureau ingeschreven personen in de leeftijd tussen 15 en 65 jaar die geen werkkring hebben en tenminste 12 uur per week in loondienst willen werken en op korte termijn kunnen beginnen.

Herbezetting

Het vervullen van ontstane vacatures.

Innovatie

De succesvolle invoering van nieuwe of vernieuwde producten (productinnovatie) of productieprocessen (procesinnovatie).

Krappe arbeidsmarkt

Een situatie op de arbeidsmarkt waarbij de vraag naar arbeid (door werkgevers) zo groot is vergeleken met het aanbod van arbeid (de beroepsbevolking) dat vacatures niet of slechts moeizaam vervuld kunnen worden. 

Kwalitatieve structuurwerkloosheid

Werkloosheid waarbij er wel banen zijn maar de werklozen die banen niet kunnen vervullen vanwege scholing waar geen vraag naar is, geringe mobiliteit, gebrekkige motivatie et cetera. Er is dus een gebrek aan geschikte banen voor de werkzoekenden.

Kwantitatieve structuurwerkloosheid

Werkloosheid waarbij er ten opzichte van de omvang van de beroepsbevolking onvoldoende banen zijn vanwege diepte-investeringen, slechte internationale concurrentiepositie, reorganisaties, verzadiging van de markt et cetera.

Officiële werkloosheid

Tot de officiële werkloosheid (geregistreerde werkloosheid) worden gerekend de werklozen van 16 tot en met 64 jaar, die niet of minder dan 12 uur per week werken, en die werk zoeken voor minstens 12 uur per week, en die staan ingeschreven bij het arbeidsbureau, en die binnen twee weken aan de slag kunnen als er een geschikte baan voor ze is

Onbepaalde tijd

Werknemers met een vast dienstverband: dit zijn de vaste banen, waarbij de arbeidsovereenkomst in principe een heel arbeidsleven kan duren.

Ontmoedigingseffect

Het verschijnsel dat in economisch slechte tijden (recessie, teruggang) personen die zich eerst wel aanboden op de arbeidsmarkt zichzelf kansloos achten en geen werk meer gaan zoeken of zich niet meer laten inschrijven bij het CWI. Het aanbod van arbeid neemt af. 

Productiecapaciteit

De maximale omvang van de productie die een bedrijf of land in een bepaalde periode met de volledige benutting van beschikbare productiemiddelen kan voortbrengen.

Regionale arbeidsmobiliteit

Deze soort mobiliteit heeft betrekking op de bereidheid van de beroepsbevolking om voor een baan te reizen of te verhuizen.

Ruime arbeidsmarkt

Situatie op de arbeidsmarkt waarbij het aanbod van arbeid (de beroepsbevolking) zo groot is vergeleken met de vraag naar arbeid (door werkgevers) dat werkzoekenden geen of slechts moeizaam een baan kunnen vinden. 

Seizoenwerkloosheid

Werkloosheid die het gevolg is van het wegvallen van productie in bepaalde jaargetijden zoals in de toeristische sector.

Uitzendbureau

Een onderneming die bemiddelt bij het vinden van werk voor een kortere periode (tijdelijk werk). Werkgevers die tijdelijk werk hebben, kunnen dat melden bij een uitzendbureau en mensen die tijdelijk werk zoeken, kunnen zich daar inschrijven. De werknemer komt in dienst van het uitzendbureau, wordt betaald door het uitzendbureau en is verzekerd voor de sociale verzekeringen. Vanwege de vaak korte arbeidscontracten zijn de rechten op sociale zekerheid echter vaak beperkter dan die van 'normale' werknemers.

Uitzendkrachten

Uitzendkrachten zijn werknemers die via een uitzendbureau werken: hoeveel dagen, weken of maanden de arbeidsovereenkomst duurt ligt van tevoren vaak niet vast.

Vast dienstverband

Dit zijn de vaste banen, waarbij de arbeidsovereenkomst in principe een heel arbeidsleven kan duren.

Verborgen werkloosheid

Werkloosheid die niet in de officiële cijfers tot uitdrukking komt, bijvoorbeeld doordat personen zich niet laten inschrijven bij het arbeidsbureau, maar ook de werkloosheidscomponent in de arbeidsongeschiktheid.

Volledig dienstverband

Het gaat hierbij om werknemers met een baan van 40, 38 of 36 uur per week.

Werkgelegenheid

Is gelijk aan het aantal feitelijk bezette banen in een land (arbeidsvolume). Deze wordt meestal uitgedrukt in arbeidsjaren maar kan ook uitgedrukt worden in personen. 
Als de werkgelegenheid uitgedrukt is in arbeidsjaren betekent dit dat alle bezette banen omgerekend worden naar voltijdbanen.
Bij de werkgelegenheid uitgedrukt in personen telt elke werkende, zij het in deeltijd of in voltijd als één persoon.

Werkloze beroepsbevolking

Personen van 15 tot en met 64 jaar, zonder werkkring, die verklaren tenminste 12 uur per week te willen werken, en die daarvoor beschikbaar zijn, en die activiteiten ontplooien om werk voor tenminste 12 uur per week te vinden. 

Werknemer met een volledige baan

Het gaat hierbij om werknemers met een baan van 40, 38 of 36 uur per week.

Wig

Het verschil tussen de loonkosten van de werkgever (brutoloon plus sociale werkgeverspremies) en het nettoloon dat de werknemer ontvangt. De wig bestaat derhalve uit de loonbelasting, de sociale premies betaald door de werknemer en de sociale premies betaald door de werkgever.

Zwart werk

Betaald werk waarvan de verdiensten niet bij de belastingdienst (= fiscus) worden opgegeven terwijl dat wel had gemoeten.

hfdst 5

Begrippenlijst
Opgaven
index>4-5 havo>Arbeidsmarkt>hfdst 5>Begrippenlijst
<Colofon> <Mail ons> <Disclaimer> <Zoeken> <Sitemap>
inleidinghfdst 1hfdst 2hfdst 3hfdst 4hfdst 5