4-5 havo
Begrippenlijst Arbeidsmarkt hoofdstuk 1

Aanbod van arbeid
Personen die willen en kunnen werken: zij bieden hun arbeid(skracht) aan op de arbeidsmarkt.
Aanzuigeffect
Het verschijnsel dat in economisch voorspoedige tijden (economische groei met stijgende werkgelegenheid) personen die zich eerst niet aanbieden op de arbeidsmarkt (de niet-beroepsbevolking) een baan gaan nemen of zich laten inschrijven bij een CWI. Het aanbod van arbeid neemt toe.
Abstracte markt
Het geheel van factoren dat de vraag naar en het aanbod van een bepaald goed beïnvloedt. Het gaat daarbij niet om een bepaalde plaats maar om een situatie waarin een prijs tot stand komt, bijvoorbeeld arbeidsmarkt, oliemarkt, graanmarkt.
Arbeidsjaar
Het aantal uren dat iemand met een volledige baan en een normaal arbeidscontract in een jaar werkt. Er gaan meerdere parttimerbanen in een arbeidsjaar.
Beroepsbevolking
Alle personen tussen de 15 en 65 jaar die betaald werk kunnen en willen verrichten (voor 12 of meer uur per week) en daarvoor op korte termijn beschikbaar zijn. De beroepsbevolking bestaat uit werknemers, werklozen en zelfstandigen en wordt onderscheiden in de werkzame beroepsbevolking en de werkloze beroepsbevolking.
Beroepsgeschikte bevolking
Dat deel van de totale bevolking in de leeftijd van 15 tot 65 jaar. Wordt ook wel potentiële beroepsbevolking genoemd.
Concrete markt
Plaats van samenkomst van vragers en aanbieders van producten: weekmarkt, veiling, beurs.
CWI (Centrum voor Werk in Inkomen)
Het vroegere arbeidsbureau: deze centra van de overheid zorgen voor arbeidsbemiddeling.
Deelnemingspercentage
Kan op verschillende zaken betrekking hebben, onder andere op:
- beroepsbevolking in procenten van de bevolking tussen 15 en 65 jaar
- werkzame beroepsbevolking in procenten van de bevolking tussen 15 en 65 jaar
- deelnamepercentage van vrouwen in de beroepsbevolking
Demografische factoren
Factoren die betrekking hebben op eigenschappen die de bevolking betreffen zoals omvang, leeftijd, geslacht, scholing.
Krappe arbeidsmarkt
Een situatie op de arbeidsmarkt waarbij de vraag naar arbeid (door werkgevers) zo groot is vergeleken met het aanbod van arbeid (de beroepsbevolking) dat vacatures niet of slechts moeizaam vervuld kunnen worden.
Niet-beroepsbevolking
Hiertoe rekenen we de personen van 15 tot 65 jaar die niet willen of kunnen werken (b.v. huismensen, arbeidsongeschikten en studenten).
Ontmoedigingseffect
Het verschijnsel dat in economisch slechte tijden (recessie, teruggang) personen die zich eerst wel aanboden op de arbeidsmarkt zichzelf kansloos achten en geen werk meer gaan zoeken of zich niet meer laten inschrijven bij het CWI. Het aanbod van arbeid neemt af.
Participatiegraad (deelnemingspercentage)
Kan op verschillende zaken betrekking hebben, onder andere op:
- beroepsbevolking in procenten van de bevolking tussen 15 en 65 jaar
- werkzame beroepsbevolking in procenten van de bevolking tussen 15 en 65 jaar
- deelnamepercentage van vrouwen in de beroepsbevolking
Potentiële beroepsbevolking (beroepsgeschikte bevolking)
Dat deel van de totale bevolking in de leeftijd van 15 tot 65 jaar. Wordt ook wel potentiële beroepsbevolking genoemd.
Vacature
Onbezette arbeidsplaats waarvoor personeel wordt gezocht.
Vraag naar arbeid
De hoeveelheid arbeid(skrachten) die de werkgevers gezamenlijk willen kopen (= in dienst nemen). Bestaat uit werkgelegenheid en vacatures.
Werkgelegenheid
Is gelijk aan het aantal feitelijk bezette banen in een land (arbeidsvolume). Deze wordt meestal uitgedrukt in arbeidsjaren maar kan ook uitgedrukt worden in personen.
Als de werkgelegenheid uitgedrukt is in arbeidsjaren betekent dit dat alle bezette banen omgerekend worden naar voltijdbanen.
Bij de werkgelegenheid uitgedrukt in personen telt elke werkende, zij het in deeltijd of in voltijd als één persoon.
Werkloze beroepsbevolking
Personen van 15 tot en met 64 jaar, zonder werkkring, die verklaren tenminste 12 uur per week te willen werken, en die daarvoor beschikbaar zijn, en die activiteiten ontplooien om werk voor tenminste 12 uur per week te vinden.
Zelfstandige
Is iemand die een eigen onderneming heeft en dus niet in dienst is van een werkgever.

hfdst 1

Begrippenlijst
Opgaven
index>4-5 havo>Arbeidsmarkt>hfdst 1>Begrippenlijst
<Colofon> <Mail ons> <Disclaimer> <Zoeken> <Sitemap>
inleidinghfdst 1hfdst 2hfdst 3hfdst 4hfdst 5