Errata:
Internationale Handel (havo)
Helaas is er in een groot deel van de productie van de lesbrief Internationale Handel OS een fout geslopen.
De opdrachtnummering begint in een groot deel van de lesbrieven bij opdracht 2, waardoor alle opdrachten in de hoofdstukken te hoog genummerd zijn. De nummering in het uitwerkingenboekje begint wel bij opdracht 1 en loopt dus niet synchroon met de lesbrief.
Wanneer uw lesbrief inderdaad bij opdracht 2 begint dan kunt u het beste de nummering in het uitwerkingboekje handmatig aanpassen.
Onze excuses voor de gemaakte fout.
Inkomen (havo)
Hoofdstuk 7 paragraaf 4 (bladzijde 114): Inleidend stukje:
regel 2: gedenivelleerder moet zijn genivelleerder.
regel 4: gelijker moet zijn schever.
De Collectieve Sector (havo)
Hoofdstuk 2 paragraaf 4 (bladzijde 31) Inleidend stukje":
regel 2: gedenivelleerder moet zijn genivelleerder
regel 4: gelijker moet zijn schever.
Overheid (havo)
Zelftest opgave 1.10:
de benoeming van de begrippen luiden:
2. bestedingseffect van de investeringen (korte termijn moet weg).
12. korte termijn (concurrentiepositie moet weg).
Opgave 2.1a: uitwerkingboekje, blz.4
Het antwoord van opdracht 2.1a is deels onjuist. Hier volgt de aanpassing.
Uitwerking 2.1a
De totale collectieve lasten zijn gestegen met 61,9 - 35,6 = 26,3 procentpunten van het BBP.
Van deze groei is 17,6 - 12,4 = 5,2 procentpunt afkomstig van het Rijk. Van de OPL is 22,5 - 14,8 = 7,7 procentpunt afkomstig en van de sociale verzekeringen 21,8 - 8,4 = 13,4 procentpunt.
Van de groei van de totale collectieve lasten (26,3 procentpunten) is het grootste deel afkomstig van de sociale verzekeringen (13,4 procentpunt): ongeveer de helft.
Markten 1 (blz. 17)
Bij Opgave 1.22 is de tabel waarop de vragen betrekking hebben, weggevallen.
Compleet luidt opgave 1.22 als volgt:
Opgave 1.22
De volgende (globale) gegevens betreffen de arbeidsmarkt in Nederland in 1960 en 2005.
| 1960 | 2005 | Procentuele verandering |
Werkzame beroepsbevoling (personen) Arbeidsvolume (arbeidsjaren) Arbeidsvolume (uren) Aantal uren per jaar (voltijdbaan) P/a-ration | 4,0 miljoen 3,6 miljoen ..(1)..miljoen 2.200 uur ..(2).. | ..(3).. miljoen 5,69 miljoen 9.750 miljoen ..(4)..uur 1,3 | ..(5).. 58,1% ..(6).. ..(7).. ..(8).. |
a. Bereken de 8 ontbrekende getallen en vul ze in het schema in.
b. Noem twee redenen waarom het aantal gewerkte uren in verhouding minder hard is gestegen dan de (werkzame) beroepsbevolking.
Uitwerking:
a.
(1) 2.200 x 3,6 miljoen = 7.920 miljoen
(2) 4,0 miljoen/3,6 miljoen = 1,1
(3) 1,3 x 5,69 miljoen = 7,397 miljoen
(4) 9.750 miljoen/5,69 miljoen = 1.713,5 uur
(5) (7,397/4,0) x 100% - 100% = 84,9%
(6) 9.750/7.920 x 100% - 100% = 23,1%
(7) 1.713,5/2.200 x 100% - 100% = -22,1%
(8) 1,3/1,1 x 100% - 100% = 18,2%
b.
- er wordt meer in deeltijd gewerkt. Dus minder in voltijd>
- door arbeidstijdverkorting is de werkweek (in uren) korter geworden. Per arbeidsjaar daalde het aantal uren van 2200 naar 1713,5 uur.