Inleiding op het hoofdstuk
Als je gaat werken, kun je natuurlijk een eigen bedrijf beginnen. In Nederland zijn honderdduizenden mensen 'eigen baas'. Word je zelfstandige, dan zul je onder meer moeten besluiten welke 'ondernemingsvorm' je bedrijf krijgt. In het eerste deel van dit hoofdstuk leer je vier ondernemingsvormen: eenmanszaak, firma, besloten vennootschap en naamloze vennootschap. Welke vorm het geschiktst is hangt van veel factoren af, maar vooral het risico van privé-aansprakelijkheid bij eenmanszaak en firma moet ingeschat worden.Vervolgens gaan we in dit hoofdstuk kijken naar de afspraken die werkgevers en werknemers met elkaar maken. We spreken dan over 'arbeidsovereenkomsten'. Er zijn individuele arbeidsovereenkomsten (tussen een werkgever en een werknemer) en collectieve arbeidsovereenkomsten die gelden voor een hele bedrijfstak of een groot bedrijf.Ook kun je aangeven wat er allemaal in de verschillende arbeidsovereenkomsten wordt geregeld: belangrijke zaken (primaire arbeidsvoorwaarden) en andere zaken (secundaire arbeidsvoorwaarden).
Links bij hoofdstuk 2
Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie: voor meer informatie over de Eenmanszaak, de NV, de BV en de VOF.
Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV): wat is en doet het FNV?
Rechtsvormen, ondernemingsvormen, starters:Kamer van Koophandel.
Minimum jeugdlonen per 1 januari 2006.