De arbeidsmarkt is een markt waarop vragers naar arbeid (kopers) en aanbieders van arbeid (verkopers) elkaar ontmoeten. De vragers van arbeid zijn bedrijven die mensen vragen om bij hun te komen werken, de aanbieders van arbeid zijn mensen die in dienst van een bedrijf of de overheid arbeid verrichten of zelfstandigen met een eigen bedrijf. Ook de werklozen behoren tot de aanbieders van arbeid. In die zin is er weinig verschil tussen een markt waarop arbeid wordt verhandeld en een markt waarop bijvoorbeeld video's, wasmiddelen, huizen, diensten of aandelen worden verhandeld. Toch is er een heel belangrijk verschil tussen de arbeidsmarkt en de andere hier genoemde markten. De arbeid of arbeidskracht die verkocht wordt is immers onlosmakelijk verbonden met de verkoper zelf. Een product kun je verkopen, daar doe je vervolgens afstand van. Als je je eigen arbeidskracht verkoopt, betekent het dat je jezelf 8 uur per dag te beschikking stelt van de koper. Je kunt immers je arbeidskracht niet los van je persoon verkopen. De koop en verkoop van arbeid is daarom aan vele wettelijke regelingen gebonden. Deze regelingen moeten mistoestanden, het misbruik maken van arbeidskrachten, voorkomen. De prijs van arbeid is het loon. Het loon is onderwerp van een voortdurende strijd tussen vragers en aanbieders van arbeid. De aanbieders (de werknemers) willen een zo hoog mogelijke vergoeding voor hun arbeid, de kopers van arbeid (de werkgevers) willen liefst zo weinig mogelijk betalen. Ieder jaar opnieuw wordt er onderhandeld over de hoogte van het loon. De overeengekomen prijs wordt vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO). Dit is een overeenkomst waaraan alle bedrijven en werknemers in die sector gebonden zijn. Hoge lonen zijn niet alleen aantrekkelijk voor de werknemers, ook werkgevers als grootwinkelbedrijven, toeleveranciers als boeren en fabrieken profiteren in dat geval van de mogelijk toegenomen kooplust van de werknemers. Maar er zit hier ook een keerzijde aan. Hoge lonen betekenen voor de ondernemingen hoge kosten. En als de kosten te hoog zijn kunnen deze ondernemingen niet meer concurreren met bijvoorbeeld ondernemingen uit het buitenland. De onderneming kan failliet gaan en de werknemers worden ontslagen. Dit leidt tot werkloosheid en hoe groter de werkloosheid wordt hoe meer de lonen onder druk komen te staan. Hierdoor worden de werknemers gedwongen om hun looneisen te matigen. De vakbonden, die namens de werknemers, met de werkgevers onderhandelen zijn zich terdege bewust van deze keerzijde en stellen daarom veelal gematigde looneisen.