2/3 havo/vwo
Begrippenlijst Kopen en Werken hoofdstuk 4

4 P’s
Product, prijs, plaats en promotie.
Acceptgiro
Hiermee geef je de bank opdracht geld van jou rekening af te halen en bij te schrijven op de rekening van een ander.
Bankbiljetten
Ruilmiddel dat in omloop wordt gebracht door De Nederlandsche Bank (DNB).
Bedrag
Ander woord voor getal.
Betaalrekening
Rekening bij een bank. Over het geld op een betaalrekening kun je direct beschikken. Met het geld op een betaalrekening kun je betalingen doen.
Chartaal betalen
Contant betalen
Chipknip
Plastic kaartje met computerchip waar geld opgezet kan worden en waarmee je betalingen kunt doen..
Creditcard
Bewijs van lidmaatschap van een creditcardorganisatie. Ter betaling kan men de creditcard overhandigen. De rekening gaat naar de kaardorganisatie die voor betaling zorgdraagt en het bedrag op de koper verhaalt.
Consumentenbond
Organisatie die opkomt voor de belangen van de consument.
Consumentengidsen
Een gids (boek) dat de voorlichting geeft aan de consument over bepaalde producten.
Consumentensoevereiniteit
De consument bepaald wat en hoeveel er geproduceerd wordt.
Contant betalen
Betalen met munten en/of bankbiljetten.
De Consumentengids
Maandblad van de Consumentenbond dat voorlichting geeft over producten.
Doelgroep
Een door bepaalde kenmerken te onderscheiden groep mensen waarop de ondernemer zich richt.
Eerste levensbehoeften
Behoeften waarin je moet voorzien om te kunnen blijven leven.
Giraal betalen
Betalen met een overschrijvingsopdracht of met een acceptgiro.
Ideële reclame
Reclame om het gedrag van mensen te veranderen.
Keurmerk
Extra etiket om consumenten snel te informeren over producteigenschappen. Bekende keurmerken zijn EKO-keurmerk, KEMA-keurmerk en Max Havelaar-keurmerk.
Keuzes
Bij het op de markt brengen van een product moet de producent voortdurend keuzes maken.
Luxe behoeften
Behoeften die niet behoren tot de eerste levensbehoeften.
Marketing
Zijn alle activiteiten die een ondernemer onderneemt om zijn product te verkopen.
Marktonderzoek
Een marktonderzoek is nodig om de behoeften van de consument in kaart te brengen.
Merchandising
Het op een speciale wijze presenteren van de producten van een fabrikant in de winkel.
Merk
Door middel van een merk onderscheid een product zich van andere producten. Het merk beoogt meestal garant te staan voor een bepaalde kwaliteit.
Munten
Contantè betaalmiddellen.
Nederlandse Reclame Code
Een code (reglement) opgesteld door de reclamemakers.
Overschrijvingsopdracht
Met een overschrijvingsopdracht geef je de bank opdracht om geld van jou rekening over te maken op iemand anders zijn rekening.
Pincode
Geheime code bij de pinpas.
Pinpas
Een pasje (plastic kaart) waarmee je betalingen kunt doen. Het geld wordt dan door de bank van jouw rekening naar iemand anders zijn rekening overgemaakt.
Postbus 51
Reclame- en voorlichtingscentrum van de overheid.
Reclame Code Commissie
Commissie die de reclame beoordeelt op de door haar zelf opgestelde regels.
Stichting Ideële Reclame (SIRE)
Stichting die niet-commerciële reclame maakt gericht op het veranderen van het gedrag.
Spaarrekening
Een rekening waarop je kunt sparen. Over het gespaarde geld krijg je rente. Met een spaarrekening kun je geen betalingen verrichten.
Verborgen reclame
Reclame die niet als zodanig wordt gepresenteerd maar verborgen zit in bijvoorbeeld films.
Wet Misleidende Reclame
Volgens deze wet mag reclame niet misleidend zijn.

 

hfdst 4

Begrippenlijst
index>2/3 havo/vwo>Kopen en Werken>hfdst 4>Begrippenlijst
<Colofon> <Mail ons> <Disclaimer> <Zoeken> <Sitemap>
inleidinghfdst 1hfdst 2hfdst 3hfdst 4Hfdst 5Hfdst 6Hfdst 7Errata