Aflossen
Het terug betalen van het geleende geld.
Begroting
Een overzicht met schattingen van inkomsten en uitgaven.
Effectieve rente
De feitelijke rente die je moet betalen op jaarbasis.
Inflatie
Het stijgen van de prijzen van goederen en diensten.
Kredietlimiet
Het maximale bedrag dat geleend kan worden (hangt samen met het maandinkomen)
Leenbedrag
Het bedrag dat geleend wordt.
Looptijd
Duur van de lening.
Percentage (procenten)
Uitgedrukt in honderdste.
Rente
De beloning die betaald moet worden voor het lenen van geld en die ontvangen wordt voor het uitlenen van geld.
Rentebedrag
De hoeveelheid rente in een bepaalde periode.
Rentemarge
Het verschil tussen het rentepercentage dat je moet betalen als je geld leent en het rentepercentage dat je krijgt als je geld op de bank spaart.
Sluitende begroting
Als de geschatte inkomsten gelijk zijn aan de geschatte uitgaven.
Sparen
Het niet uitgeven van een deel van het inkomen.
Tekort
De begrote uitgaven zijn groter dan de begrote inkomsten.
Termijnbedrag
Het bedrag datj e minimaal per periode moet terugbetalen. Dit bedrag bestaat voor een deel uit aflossing van de lening en voor een deel uit betaling van rente.