In de lesbrieven De Vraag en Het Aanbod zijn respectievelijk de vraagkant en de aanbodkant van de productmarkt belicht. Markten 2 confronteert vraag en aanbod met elkaar. Het gaat in deze lesbrief vooral om de invloed (macht) die ondernemingen hebben bij de prijsvorming op de markt. Die invloed is sterk afhankelijk van de mate van concurrentie. Hoe groot die concurrentie is, wordt bepaald door het aantal aanbieders en de aard van het product. Naarmate de concurrentie op een markt groter is ziet de individuele aanbieder minder kans om de prijs te beïnvloeden. Afhankelijk van het aantal aanbieders en de aard van het product onderscheiden we vier marktvormen. De marktvorm, die omstandigheden weergeeft waaronder een onderneming moet werken, bepaalt het marktgedrag van die onderneming; dat wil zeggen de strategie die een onderneming kiest in de concurrentieslag. Marktvorm en marktgedrag samen leiden tot een bepaald marktresultaat: de hoogte van de prijs, de omvang en de kwaliteit van de productie en de hoogte van de winst. Is het marktresultaat in de ogen van de overheid onbevredigend, dan kan zij het marktproces beïnvloeden. De marktvormen passeren de revue in de volgorde van toenemende macht van de aanbieders.
In het laatste hoofdstuk komen financiële markten aan de orde. Belicht worden: het ontstaan van geld en banken, de activiteiten van banken, waaronder de kredietverlening. De gevolgen en oorzaken van inflatie. Tenslotte wordt ingegaan op inflatiebestrijding: hoe nationale overheden binnen hun eigen land, en de Europese Centrale Bank (ECB) binnen de Economische Monetaire Unie (EMU) inflatie kunnen tegengaan.