Inleiding op het hoofdstuk
In de arbeidsovereenkomst komen de primaire (loon, arbeidstijd) en secundaire (pauzes, vakantieregeling, auto van de zaak) arbeidsvoorwaarden. Daarbij legt de CAO een bodem in de arbeidsvoorwaarden. CAO's worden afgesloten door de vakbonden met de werkgever (ondernemings-CAO) of met een werkgeversorganisatie (bedrijfstak-CAO). Voordat zo'n CAO wordt afgesloten is er een heel lang onderhandelingstraject doorlopen. Dat traject begint in september wanneer de vakbonden hun plannen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden bekend maken en ook de plannen van de regering bekend zijn gemaakt in de Miljoenennota. Daarna gaan de overkoepelende organisaties van weknemers en werkgevers met elkaar overleggen in de Stichting van de Arbeid. Indien dit overleg succesvol is dan wordt er een centraal akkoord gesloten waarin landelijke afspraken staan met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden. Centraal akkoord of niet, na dit centraal overleg gaan de sociale partners verder met hun overleg op decentraal niveau en worden er CAO's afgesloten. Normaliter betreft het een strijd tussen de lonen (vakbonden) enerzijds en de winsten (werkgevers) anderzijds waarbij het steeds gaat om een loonstijging die kleiner dan, gelijk aan of groter dan de loonruimte (productiviteitsstijging en prijscompensatie) is. In principe bemoeit de overheid zich niet met deze onderhandelingen, slechts wanneer een en ander uit de hand dreigt te lopen grijpt de minister in.
Links bij hoofdstuk 3
Minimum jeugdlonen (Ministerie van Sociale Zaken)
FNV: Federatie Nederlandse Vakvereniging
CNV: Christelijk Nationaal Vakverbond
MHP: Vakcentral voor Middengroepen en Hoger Personeel
VNO/NCW: Werkgeverscentrale: samenvoeging van de "Vereniging Nederlandse Ondernemers en het Nationaal Christelijk Werkgeversverbond.
MKB: Werkgeversorganisatie voor het Midden en Kleinbedrijf
SER: Sociaal Economische Raad (adviesorgaan regering)
SvdA: Stichting van de Arbeid
CPB: Het Centraal PlanBureau
Ministerie van Financiën (miljoenennota)