Inleiding op het hoofdstuk
De Engelse econoom David Ricardo (1772-1823) ontdekte dat internationale handel niet zozeer gebaseerd was op absolute kostenverschillen (het ene land is goedkoper dan het andere) maar veeleer gebaseerd was op comparatieve (of relatieve) kostenverschillen. Ricardo was een groot voorstander van vrijhandel en betoogde dat vrijhandel er voor zorgt dat de productie plaatsvindt in die landen, die het goedkoopst produceren.
Bij internationale handel speelt de ruilvoet (hoeveel producten moet ik ruilen om zoveel andere producten te krijgen) een belangrijke rol. De ruilvoet vergelijkt het prijspeil van de export met het prijspeil van de import.
En hoewel erkend wordt dat internationale handel de totale welvaart vergroot zijn er heel veel landen (ook de EU) die hun toevlucht nemen tot protectie (handelsbelemmeringen).
Protectie kan op diverse manieren zoals het opleggen van invoerrechten, het instellen van een invoercontingent, beschermen van de binnenlandse economie met subsidies en belastingvoordelen, het opwerpen van non-tarifaire belemmeringen, etc.
Protectie is concurrentievervalsing en leidt tot inefficiënties (technologische achterstand) en soms zelfs tot handelsoorlogen.
In de internationale handel speelt de wisselkoers - dat is de prijs van een valuta - een essentiële rol. De hoogte van de wisselkoers heeft invloed op het volume van de invoer en uitvoer. Een lage wisselkoers bevordert de uitvoer (export) en belemmert de invoer (import).
Links bij hoofdstuk 4
Over "Multinationals en duurzame ontwikkeling” zie boek (op internet) van Hans Heerings (Contrast Advies) en Ineke Zeldenrust (SOMO)
WTO: Ideologie, macht en de arme landen: artikel over vrijhandel en protectie.
Boeren bij vrijhandel: De Nederlandse agrosector bij handelsliberalisatie en EU-uitbreiding: een verkenning. (pdf-file)
Wisselkoers: uiteenzetting over de wisselkoers (Krimpenerwaardcollege)
De EU als belangrijkste producent van olijfolie: productiesteun i.p.v. consumtiesteun (pdf-file).