Inleiding op hoofdstuk 1
Voor Nederland is het buitenland of de rest van de wereld heel belangrijk. Van oudsher is Nederland sterk gericht op het buitenland. Voor een deel is dit te verklaren uit het feit dat Nederland een klein land is en dus voor diverse producten aangewezen is op het buitenland. Maar dit is natuurlijk niet de enige verklaring voor het feit dat Nederland heel veel handel drijft met het buitenland. Er zijn immers heel veel producten die Nederland wel zelf kan maken en die toch uit het buitenland komen. De reden dat die producten toch in andere landen gekocht worden, heeft te maken met de kosten. Als de producten in andere landen goedkoper gemaakt kunnen worden is het slimmer die producten uit die landen in te voeren en je als land toe te leggen op die producten die wij zelf weer goedkoper kunnen produceren. In dit verband spreken we van internationale arbeidsverdeling. Dit wil zeggen ieder land legt zich toe op het maken van die producten waar zij een concurrentievoordeel in hebben. Waarom het ene land nu goedkoper bepaalde producten kan maken dan het andere land heeft te maken met een aantal factoren zoals:
- de natuurlijke omstandigheden
- de loonkosten
- de infrastructuur en
- historische omstandigheden
Hoewel Nederland met heel veel landen handel drijft is Euroland (de landen van de Europese Unie) de belangrijkste handelspartner van Nederland.
Links bij hoofdstuk 1
Internationale concurrentiepositie van Nederland in de glastuinbouw (PDF).
Alles over arbeidsproductiviteit in Nederland.