In de lesbrief Welvaart hebben we onder andere gezien dat productie leidt tot inkomen (loon, rente, huur/pacht en winst).
Om tot productie te komen moeten productiefactoren gebruikt worden. Aan het inzetten van productiefactoren hangt een prijskaartje. Zo krijgen bijvoorbeeld werknemers loon voor hun verrichte arbeid en de ondernemer winst. Bedrijven produceren goederen en diensten met het oog op de verkoop ervan. Met andere woorden er moet een 'markt' voor zijn. Een markt heeft altijd een vraagkant en een aanbodkant. In deze lesbrief belichten we de vraagkant - in de lesbrief Het Aanbod komt de productie aan de orde, en in de lesbrief Markten confronteren we de vraag naar en het aanbod van producten met elkaar.
Deze lesbrief gaat over de vraag naar goederen en diensten, ook wel bestedingen genoemd. We kunnen in de Nederlandse economie verschillende 'vragers' onderscheiden. Zo zijn er consumenten, producenten, de overheid en het buitenland. Zij oefenen allemaal vraag uit naar goederen en diensten die gemaakt worden met behulp van de aanwezige productiefactoren. Hierdoor ontstaat dan de totale productie van ons land, het nationaal product/inkomen. We laten alle 'vragers' passeren afzonderlijk de revue. We vragen ons daarbij af waardoor zij zich laten leiden bij hun bestedingsbeslissingen. Ook het overheidsbeleid met betrekking tot de bestedingen komt aan bod. In de eerste vier hoofdstukken wordt de lijn van micro naar macro zoveel mogelijk gevolgd. Het laatste hoofdstuk geeft een totaalbeeld van de vraagkant van de Nederlandse economie.