Afzet
Het feitelijke of verwachte aantal producten dat een producent kan verkopen.
Behoeften
De wensen van de mensen. In de economie gaat het alleen om behoeften die bevredigd moeten worden door beslag te leggen op schaarse productiefactoren. Daarbij worden onderscheiden:
- de eerste levensbehoeften (levensnoodzakelijk)
- de luxe behoeften (niet-levensnoodzakelijk)
Van belang is het behoeftepatroon: de omvang en de aard van de behoeften en hun onderlinge belangrijkheid (de preferenties en het preferentieschema).
Duurzame economische ontwikkeling
Ontwikkeling (groei) van productie en consumptie die niet ten koste gaat van (de welvaartsbeleving van) de komende generaties.
Elasticiteit
De mate waarin een grootheid (de afhankelijke variabele) verandert als gevolg van een verandering van een andere grootheid (de onafhankelijke variabele). Om veranderingen te kunnen vergelijken moeten altijd relatieve veranderingen worden genomen, bijvoorbeeld procentuele veranderingen. Indien de afhankelijke variabele in verhouding meer verandert dan de onafhankelijke variabele wordt gesproken van een elastisch verband; in het ander geval is er sprake van een inelastisch verband. De verhouding tussen de beide relatieve veranderingen wordt de elasticiteitscoëfficiënt genoemd. Indien bijvoorbeeld de gevraagde hoeveelheid 10% afneemt als de prijs met 5% stijgt, is de elasticiteitscoëfficiënt -10% / +5% = -2.
Elastisch
Indien de afhankelijke variabele in verhouding meer verandert dan de onafhankelijke variabele wordt gesproken van een elastisch verband
Externe effecten
Kosten (nadelen) of opbrengsten (voordelen) van productie en consumptie die niet in de prijzen van de producten zijn opgenomen, maar wel de welvaart beïnvloeden. In het eerste geval spreekt men van negatieve externe effecten (maatschappelijke kosten) en in het tweede geval van positieve externe effecten (maatschappelijke baten). Externe effecten veroorzaken een onderscheid tussen welvaartsgroei en productiegroei.
Gevraagde hoeveelheid
De hoeveelheid die van een goed op een markt wordt gevraagd bij een gegeven prijs en een gegeven (prijs)vraaglijn.
Inelastisch
Indien de afhankelijke variabele in verhouding minder verandert dan de onafhankelijke variabele wordt gesproken van een inelastisch verband.
Marktaandeel
De afzet/omzet van een onderneming in procenten van de totale afzet/omzet op de markt van het betreffende product.
Marktonderzoek
Een systematisch onderzoek naar de koopgewoonten van de consument en de ontwikkelingen daarin.
Omzet
Het aantal verkochte producten x de prijs per product.
Preferenties
De wensen, behoeften van de mensen (zie behoeften)
Prijselasticiteit (van de vraag)
Geeft aan in welke mate de gevraagde hoeveelheid van een goed verandert als de prijs van dat goed verandert, ceteris paribus. Bij de berekening wordt de procentuele hoeveelheidsverandering gedeeld door de procentuele prijsverandering: de prijselasticiteitscoëfficiënt van de vraag. Indien de absolute waarde van de coëfficiënt groter is dan 1 wordt de vraag prijselastisch genoemd en in het andere geval prijsinelastisch.
Prijsvraaglijn
Wordt ook aangeduid met prijsvraagcurve. Meestal wordt over de vraaglijn gesproken als de prijsvraaglijn wordt bedoeld. Deze geeft grafisch het verband weer tussen de prijs van een goed en de gevraagde hoeveelheid van dat goed, ceteris paribus. Deze prijsvraaglijn kan zowel de individuele als de collectieve vraag weergeven.
Vraag (de ... naar)
De hoeveelheden (goederen, arbeid, geld) die de vragers individueel of gezamenlijk (collectief) willen kopen.
Vraagfunctie
De wiskundige formulering van de vraaglijn/-curve. Deze wordt ook aangeduid met de term vraagvergelijking.