4-5 havo
Hoofdstuk 2 De kosten

In dit hoofdstuk kijken we eerst naar het gedrag van de aanbieders op een markt. 

In de theorie zul je steeds tegenkomen dat aanbieders meer producten willen aanbieden als de verkoopprijs van het product stijgt. De aanbodlijn wordt dan ook meestal voorgesteld door een stijgende lijn. Een enkele keer reageert de aangeboden hoeveelheid helemaal niet op een prijsverandering. Tuinders zullen hun oogst zeker aanbieden, ook al mocht de prijs tegenvallen, omdat bloemen of aardbeien niet voor lange tijd opgeslagen kunnen worden. Ook bij een hogere prijs kunnen zij niet zomaar daarop reageren. Dan moet er eerst planten worden gepoot. Soms zelfs komt het voor dat de aangeboden hoeveelheid gróter wordt bij een prijsdaling. In de jaren negentig reageerden Nederlandse varkensfokkers massaal op een prijsverlaging door de productie uit te breiden! Zij probeerden daarmee hun inkomen op peil te houden. Als de winst per varken daalt, was hun redenering, dan moeten we meer varkens verkopen. Je ziet dat moeilijk is om een algemene theorie te maken voor de economie. Economie blijft mensenwerk.

Naast de verkoopprijs (de opbrengsten van de verkopen) zijn ook de kosten van de onderneming van groot belang. Een verhoging van de kosten kan van een winstgevend bedrijf een verliesgevend bedrijf maken. Waardoor het voortbestaan van de zaak zelfs in gevaar kan komen. Voor vervoersondernemingen zijn de brandstofprijzen van groot belang. Toen die in 2000 in Europa steeds verder stegen, kwamen veel wegvervoerders en schippers in de problemen. In Frankrijk leidde dat tot blokkades van wegen en havens. De felheid van dit protest toonde hoe belangrijk men het vond dat de Franse regering tegenmaatregelen nam.

Kosten zijn er in allerlei soorten en maten. Hier maken we vooral onderscheid tussen variabele kosten en constante kosten. Variabele kosten stijgen als een bedrijf meer producten gaat maken; de constante kosten veranderen (binnen zekere grenzen) niet als de productie toe- of afneemt. Voor ondernemingen is een break-even-analyse zeer belangrijk. Men onderzoekt dan hoe groot de productie moet zijn om precies quitte te spelen. 

Tips:
• Houd het verschil tussen constante kosten en variabele kosten goed in de gaten.
• Heb je moeite met het berekenen van een break-even-punt, dan kun je extra oefeningen vinden in paragraaf 1.3 van Vaardigheden.
• Heb je moeite met het tekenen en lezen van de grafieken van dit hoofdstuk, dan kun je extra oefeningen vinden in paragraaf 1.4 van Vaardigheden.
• Let bij het tekenen van een aanbodlijn op het benoemen van de assen. P (de prijs) staat altijd op de verticale as, terwijl Qa (de aangeboden hoeveelheid) op de horizontale as thuishoort. Bij het lezen van zo'n grafiek moet je echter wel bedenken dat de prijs de aangeboden hoeveelheid beďnvloedt.

Links bij hoofdstuk 2
Indien een of meer links niet of niet meer werken, gebruik dan een zoekprogramma b.v. http://www.ilse.nl/ of http://www.google.nl/ 
Uitleg over kosten, opbrengsten, marginale kosten, etc ..te vinden op het Krimpenerwaardcollege.
Kernvragen Het aanbod van productie.

 

Begrippenlijst
Opgaven
index>4-5 havo>Consument en Producent>hfdst 2
<Colofon> <Mail ons> <Disclaimer> <Zoeken> <Sitemap>
inleidinghfdst 1hfdst 2hfdst 3hfdst 4hfdst 5