Havo 2010
Errata en aanpassingen

Errata na druk 2011 (worddocument)

Uitwerking Vervoer
opgave 5.7 c) Daar staat 10%/ -18,2% dat moet zijn -10%/18,2%.

Jong & Oud
Op blz. 14 bij opdracht 2.10a moet tabel 2.13 tabel 2.7 zijn.
Op blz. 22 in tabel 3.7 moet de arbeidskorting  1.574 zijn (ipv 1.547)
Op blz. 26, 3e regel onder tabel 4.1 staat 440/2.000 en dat moet zijn 440/4.000.
Op blz. 26, 5e regel onder tabel 4.1 staat 520/2.000 en dat moet zijn 520/4.000.
Op blz. 32, laatste regel onder eerste blokje tekst moet staan: Secundair inkomen = primair inkomen – ingehouden belastingen en sociale premies + uitkeringen en subsidies.
Op blz. 35, tabel 4.9, eerste invulregel, moeten de laatste twee getallen 4% en 2% zijn.
Op blz. 81 moet de hint bij hoofdstuk 3, vraag 3.10e zijn € 9.873.

Markt en Overheid
Bladzijde 10 opdracht 1.16, stukje boven e moet luiden: Gezien de capaciteit van het bedrijf kan Mobibel maximaal 40 miljoen belminuten per maand aanbieden.

Bladzijde 16, derde regel van onderen: denkbeeldig moet zijn ondenkbeeldig.

Markt en Overheid uitwerkingen

Opdracht 1.1
Overschrijding totaal: 44,35 - 25,95 = € 18,40
Sms bundel                                          €   2,00
Extra sms (80 - 60) x 0,10 =                €   2,00
Overschrijding bellen =                        € 14,40
Dat zijn 14,40/0,20 = 72 belminuten te veel.
opdracht 1.6: b + e: abonnementen moet zijn telefoonopladers.
opdracht 1.16: j: eerste regel tabel, laatste kolom: € 0,28 + € 0,02 = € 0,30.
opdracht 3.12 moet luiden:
b. Winstmarge = verkoopprijs – gemiddelde variabele kosten
Als je alle grootheden in de bovenstaande vergelijking met q vermenigvuldigt, krijg je: Totale winst = omzet – totale variabele kosten.
c. Uit het producentensurplus dienen de constante kosten betaald te worden. Wat overblijft is winst. Omdat er hier geen constante kosten zijn is het producentensurplus gelijk aan de totale winst.
opdracht 3.13 c: Bij volledige mededinging is in het evenwicht de prijs € 20 en de afzet 160 miljoen stuks. TO = p x q = 20q. Omdat de MK constant is (MK = 20), geldt GVK = MK.
TK = TVK + TCK = GVK x q + 0 = 20q.
TW = TO - TK = 20q - 20q = 0.

Lesbrief Europa
blz. 54 Hints
4.22a) 50 cent; moet worden: 70 cent;
b) b) € 30 miljoen; moet worden: b) € 42 miljoen;

Lesbrief Geldzaken
blz. 28 Hints
5.10a) € 45.000; moet worden: 50.000 geldeenheden
5.10c) moet worden: Bij chartale kredietverlening nemen de dekkingsmiddelen (kas en tegoed DNB) af.

Uitwerkingen Geldzaken
blz. 7: 5.10 a. € 100.000 moet worden: 100.000

Lesbrief Werk
blz. 69 Hints
toevoegen: 4.3f) Als iedereen zijn eigen belang nastreeft, komt er geen vakbond.
Vraag 6.1b moet luiden: Bereken de toename van het aantal jeugdige werklozen tussen eind januari 2009 en eind 2010.
Het antwoord van opdracht 6.1c is fout. Het moet zijn: (158.571– 72.000)/72.000 ื 100% = 120,2%.

Lesbrief Verdienen en uitgeven
blz. 30: 3.16a moet worden: Bereken met de gegevens in tabel 3.3 het bruto binnenlands product in 2008.
blz. 30: 3.16c moet worden: Bereken met hoeveel procent het bruto binnenlands product in 2009 is gedaald.
Vernieuwde Hints 2011

Uitwerkingen Verdienen en uitgeven
blz 13: 4.12c: Bbbp moet worden Bbp [of bbp]
Bij opdracht 4.15b de landen China en India verwisselt. India moet als eerste genoemd staan, China als tweede. De getallen staan wel op de juiste plaats.

 

Uitwerkingen Rekonomie
blz. 5: 1.10: … 5 biljoen liter olie per dag moet worden: … 5 biljoen liter olie per jaar.

 

Aanpassingen t.o.v. de eerste druk (deze aanpassingen zijn verwerkt in de nieuwe druk 2011-2012 (worddocument).

Lesbrief Crisis
blz. 14: rekeneenheid (2ื) vervangen door rekenmiddel.
blz. 18: De formule van liquiditeitspercentage wordt:
Liquiditeitspercentage van een bank = liquide middelen van een bank
                                                                  rekening-couranttegoeden
blz. 23: rekeneenheid (2ื) vervangen door rekenmiddel.
blz. 31: rekeneenheid  in de begrippenlijst vervangen door rekenmiddel.

Lesbrief Vervoer
blz. 27: kopje Zakelijk verkeer moet worden: Zakelijk personenvervoer
kopje Toerisme moet worden: Toeristisch personenvervoer
kopje Transport moet worden: Goederenvervoer

Uitwerkingen Vervoer
blz. 9: 2.15e: TK = 2.000 ื 1,50 + 500.00 = € 4.200.000 moet worden:
TK = 2.000 ื 1.850 + 500.000 = € 4.200.000.
blz. 10: 2.22d regel 2: TK = 20 ื 20.000 + 200.000 = € 650.000 moet worden:
TK = 20 ื 20.000 + 200.000 = € 600.000 

Zelftest Vervoer
Zelftest hoofdstuk 2 opdracht 2.33 c
In de vraag staat het volgende: Bereken het aantal kilometers dat de taxi per maand met klanten moet rijden om quitte te spelen. In de uitwerking wordt verondersteld dat de opbrengst per kilometer €  1,50 is. Maar dat is voor zowel rijden met klanten als rijden zonder klanten. Als je uitgaat van rijden met klanten dan speel je quitte bij: 2,5q = 0,2q + 3.900 en hieruit volgt q (het aantal kilometers) = 1.696 km. 
Zelftestvraag 5.21: antwoord A moet zijn: C.

Lesbrief Markt en Overheid
blz. 29: tweede alinea onder kopje Kartel:
Bij volledige mededinging hebben de aanbieders geen invloed op de prijs, waardoor de evenwichtsprijs niet hoger is dan de marginale kosten.  Schrappen: waardoor … kosten.
Bij monopolie heeft de aanbieder de marktmacht om de prijs vast te stellen boven de marginale kosten. Dit moet worden: Bij monopolie heeft de aanbieder de marktmacht om een hoge prijs vast te stellen.
blz. 29: 3.12c: consumentensurplus moet worden: producentensurplus.
blz 30: MO-lijn in figuur hoort er niet te staan, want dat wordt juist gevraagd.
blz. 36: opdracht 3.26: regel 4/5 moet worden: …  Grolsch van 32 miljoen en Bavaria moest van de EC 23 miljoen betalen.
blz. 68: opdracht 7.11 en 7.12: bij D moet staan: Stelling I is juist en stelling II is onjuist.

Uitwerkingen Markt en Overheid
blz. 3: 1.6b: abonnementen moet zijn: telefoonopladers.
blz. 4: 1.6e: 22 miljoen moet zijn: 21,5 miljoen.
blz. 8: 2.5b: ∆TO/∆q = 29 miljoen/1 miljoen = € 29 veranderen in:
MO = verandering van TO/verandering van q = (29 – 0) miljoen/(1 – 0) miljoen = € 29.
blz. 15: 3.12b en c moet worden:
b. Winstmarge = verkoopprijs – gemiddelde variabele kosten
Als je de termen van deze vergelijking met q vermenigvuldigt, krijg je:
Totale winst = omzet – totale variabele kosten.
c. Dit komt omdat er geen constante kosten zijn.
blz. 15 in grafiek: bij de dalende lijn van 100,0 naar 0,100 moet Marginale opbrengst staan.
blz. 26: 5.23f: moet zijn: 0,132 + 6 + X = 7,9 → X = 1,768 (miljard euro) 

Zelftest Markt en Overheid
Zelftestvraag 3.40: antwoord C moet zijn: D.

Lesbrief Europa
Zelftest hoofdstuk 3 opdracht 3.23:
De tweede zin moet luiden: Op 31 december 2009 is de staatsschuldquote met 5 procentpunten toegenomen.

Uitwerkingen Europa
blz. 13: 4.22a moet worden: Bij een prijs van 70 cent (= € 0,70) per kg.
4.22b: (regel 1) Bij …. van € 0,70 per kg valt ….
regel 2/3: … De marktomzet in het evenwicht is dus 0,70 x 60 miljoen = € 42 miljoen.

Lesbrief Conjunctuur
blz. 32: 4.25 na de vergelijkingen: De productiecapaciteit bedraagt 270 miljard euro.

Uitwerkingen Geldzaken
blz. 6: 5.10a (regel 2) moet worden: (145.000 + 5.000) – 100.000 = 50.000 geldeenheden mag ze nog chartaal aan krediet verlenen.

Lesbrief Werk
blz.33: toevoegen opgave 4.3f: Leg uit waarom bij het lid worden van een vakbond er sprake is van een gevangenendilemma.

Uitwerkingen Werk
blz. 13 toevoegen: 4.3f. Als iedereen zijn eigen belang nastreeft, komt er geen vakbond. Dat is nadelig voor iedereen (cel rechtsonder met 0). Door samen te werken, komt er wel een vakbond wat voordelig is (cel linksboven met 10).

Lesbrief Verdienen en uitgeven
blz. 27: 3.9f moet worden: Heeft de overheid een tekort of een overschot?
blz. 30: 3.16a moet worden: Bereken met de gegevens in tabel 3.3 het bruto binnenlands product in 2008.
blz. 30: 3.16c moet worden: Bereken met hoeveel procent het bruto binnenlands product in 2009 is gedaald.
blz. 31: 3.17 tabel 3.4: eerste rij moet worden: lonen 70 C 60 C 60 lonen 70
blz. 38: 4.13 tabel 4.4: toevoegen bij Portugal, ratio 1957: 0,33
blz. 39: 4.14 moet worden: Bekijk de data in tabel 4.5. Bij welke regio’s is er in de periode 1980-2000 sprake van convergentie of divergentie ten opzichte van de Verenigde Staten van Amerika?
blz. 41: 4.16 stelling II is geworden: Ten tijde van de kredietcrisis daalde de arbeidsฌproductiviteit, omdat werkgevers vakฌbekwame werknemers in dienst hielden, terwijl de productie sterk daalde.
blz. 43: 4.25 figuur 4.4: lijn moet door de punten (50;2,5) en (75;0) lopen.
blz. 43: 4.26d moet worden: 2008 als basisjaar.
blz. 45 figuur 5.1: € 67 miljoen moet worden: € 67 miljard.

Uitwerkingen Verdienen en uitgeven
blz. 6: 2.19b is geworden: Met de nullijn wordt bedoeld dat de lonen bij de overheid niet stijgen.
blz. 6: 2.19h is geworden: Als de lonen in de marktsector gematigd stijgen, kan de overheid de lonen van de ambtenaren gemakkelijker niet of beperkt laten stijgen.
blz. 9: 3.9f is geworden: Ontvangsten (B) – Uitgaven (O) = 100 – 110 = –10. Er is een overheidstekort van 10 miljard.
blz. 9: 3.9g is geworden:
Buitenlandse bedrijven kopen bij ons (= E) = 160 
Wij kopen bij buitenlandse bedrijven (= M) = 150 
Buitenlandse bedrijven lenen bij ons = 10 (het buitenland heeft een tekort)
blz. 10: 4.2 moet worden: 7,1% groei.

Zelftest Verdienen en uitgeven
2.38c en 2.38d: AIQ moet worden: LQ

3.17a: tabel is aangepast.

gezinnen

 

bedrijven

middelen

bestedingen

 

middelen

bestedingen

lonen

70

C

60

 

C

60

lonen

70

huur

5

S

25

 

I

25

huur

5

rente

10

 

 

 

 

 

rente

10

Y

85

 

85

 

vervangingsinvesteringen

7

afschrijvingen

7

 

 

 

 

 

bruto productie

92

bruto inkomen

92

4.16: Antwoord C moet worden: A.
4.21: Antwoord A moet worden: C.
5.44a moet worden: Met behulp van de tekst: (ruim 1.100/1.000) ื 100% = ruim 110%.
Met behulp van de figuur: ongeveer (2.050 – 1.000)/1000 ื 100% = ongeveer 102,5%.

Lesbrief Rekonomie
blz. 8: 2.5: tweede regel toevoegen: Het btw-tarief voor schilderen is 6%.
blz. 8: 2.6: restschuld van € 184.000 moet worden: restschuld van € 180.000.
blz. 15: 3.5d moet worden: Bereken met hoeveel procent de omzet in 2010 hoger is dan in 1980.
blz. 24: 4.7: figuur 4.2: verticale as moet zijn: TO, TK (ื € 1.000).
blz. 27: 4.15 tweede regel wordt: TO en TK in €, q in stuks.
blz. 27: 4.15b moet worden: Vul de visgraattabel in en teken de TO-lijn en de TK-lijn in figuur 4.4 op blz. 29.
blz. 27: 4.15b toevoegen visgraattabel:

q (ื 1.000)

0

5

TO (ื 1.000)

 

 

TK (ื 1.000)

 

 

Uitwerkingen Rekonomie
blz. 4: 2.5a moet worden: € 16.500 ื 1,06 = € 17.490.
blz. 5: 1.10: … 5 biljoen liter olie per dag moet worden: … 5 biljoen liter olie per jaar.
blz. 9: 3.15c moet worden:

RIC = 111,1 ื 100 = 108,9. De koopkracht van Kees is met 8,9% gestegen.
 102 

blz. 13: 4.9a moet worden: Als P = € 20 dan is Qv = -25 ื 20 + 3.000 = 2.500. De gevraagde hoeveelheid is dus 2.500 ื 1.000 = 2.500.000 stuks.
blz. 12: 4.7: figuur 4.2: verticale as moet zijn: TO, TK (ื € 1.000).

Zelftest Rekonomie
4.15b: vervangen door onderstaande visgraattabel:

q (ื 1.000)

0

5

TO (ื 1.000)

0

600

TK (ื 1.000)

70

320

 

 

index>Havo 2010>errata
<Colofon> <Mail ons> <Disclaimer> <Zoeken> <Sitemap>